‘Counterattack at Kapelsche Veer’, 75 jaar geleden begon de grote aanval

In de vroege ochtend van 26 januari 1945 begon een massale aanval op Kapelsche Veer. Een enorme geallieerde troepenmacht viel van alle kanten het ‘Duitse’ eiland aan. Dat werd gezien als een gevaar voor de veiligheid van de geallieerden (in Brabant) en moest opgeruimd worden: koste wat het kost. Monument Kapelsche Veer en 'de boom die alles zag' (foto: Willem-Jan Joachems) Soms leek het eiland wel een obsessie voor de legerleiding. Misschien had het ook met prestige te maken. Er lagen zeker 120 fanatieke Duitse para's ingegraven. Deze Fallschirmjäger konden iedere aanval van zich afslaan. Twee Poolse aanvallen en een Brits-Noorse commando-actie mislukten jammerlijk. Met extra troepen moest het toch eindelijk een keer gaan lukken? LEES OOK: Engelse student (19) vocht en sneuvelde bij Kapelsche Veer Deze grootste militaire operatie in dit gebied ooit, kreeg de codenaam Elephant. Er waren wekenlang plannen gemaakt en oefeningen gehouden. Zo was er bij Waalwijk een kano-aanval uitgeprobeerd op het afwateringskanaal. Die beelden werden vertoond in het Canadese en Britse bioscoopjournaal. Zware winterDe 26e begon ijskoud en mistig. Er lag een dikke laag sneeuw en er de omliggende rivieren zoals de Bergsche Maas waren bevroren net als de bodem. Graven was onmogelijk. De geallieerde kanonnen in het gebied waren goed bevoorraad: 50.000 granaten lagen klaar voor een bommenregen. Ten aanvalToen het nog donker was maakte de genie een enorm rookgordijn. Om 06:00 uur schoten de eerste Canadese mitrailleurs op de noordoever. En om 07:15 kwamen de soldaten van alle kanten in beweging: Scharlo, Capelle en Besoijen. 1600 Poolse en Canadese soldaten waren opgetrommeld. Toen ze 10 minuten onderweg waren opende de geallieerde artillerie het vuur: ruim 200 kanonnen beschoten de Duitse fallschirmjäger in de dijken. Mortieren ondersteunden de aanval door onophoudelijk strategische plekken onder vuur te nemen. Het lawaai moet oorverdovend zijn geweest. Buffalo…

Vincent Hoffmans overleefde vuurpeloton dag na Dolle Dinsdag

Op Dolle Dinsdag in de Tweede Wereldoorlog worden er in Waalwijk twee landwachters ontvoerd. De Duitsers komen er een dag later achter en laten dit niet over hun kant gaan. Ze nemen keiharde tegenmaatregelen. Als de twee niet binnen anderhalf uur terug zijn, worden drie mensen gefusilleerd. De burgemeester, Vincent Hoffmans en zijn broer Joop worden voor het vuurpeloton gezet want de landwachters komen niet op de afgesproken tijd terug. De burgemeester en Joop komen om. Vincent niet. De drie hadden niets te maken met de verdwijning van de landwachters. De Duitsers zien het anders. De burgemeester is als vertegenwoordiger van het gezag verantwoordelijk, vinden ze. Vincent en Joop hebben de pech dat hun neef, met dezelfde achternaam, bij de verdwijning betrokken is. De burgemeester en de broers Hoffmans zouden op het plein voor het raadhuis gefusilleerd worden Betrokken of niet, de drie worden voor het vuurpeloton gezet. De executie zou eigenlijk op het plein voor het raadhuis in Waalwijk zijn. De burgemeester vraagt de Duitsers of het achter het raadhuis mag zijn zodat zijn vrouw en dochter het niet zien. De burgemeesterswoning is namelijk aan de voorkant. De soldaten nemen de burgemeester en de broers mee en laten de drie achter het raadhuis voor een muur opstellen. 'Feuer!'Twee Nederlandse SS’ers vuren op het commando ‘Feuer!’ op de mannen en om 13.37 uur vallen ze neer. Dood, zo wordt gedacht. Maar Joop beweegt nog. Er wordt gevraagd om een genadeschot en dat wordt gegeven. Daarna vertrekken de Duitsers. Vincent blijkt nog in leven te zijn. Hij kwam overeind, strompelde naar de Winterdijk en rende het weiland in. Daar kwam hij in het prikkeldraad terecht. Iets wat zijn leven redde. Anders was hij in de sloot beland en verdronken. Een gedenksteen herinnert aan wat er de dag na Dolle Dinsdag in…

Maria’s gezin en onderduikers werden verraden: Duitsers sloegen meedogenloos toe

Maria Neefs woont samen met haar man en acht kinderen in de boswachterswoning op de Vloeiweide in Rijsbergen. Als het verzet zorgt dat haar oudste zoon Emiel niet naar Duitsland moet voor de Arbeitseinsatz besluit Maria verzetsleden te helpen. Het huis in de bossen wordt een plek voor onderduikers. Het lijkt een kwestie van tijd voordat ze bevrijd worden, denken ze. Maar de meesten zullen de bevrijding van Rijsbergen niet meemaken. Zendamateur Henk Touw uit Princenhage is een van de mensen die onderdak heeft gevonden bij de boswachtersfamilie. Het is de bedoeling dat hij contact legt met de geallieerden. Zo kunnen de verzetsmensen doorgeven waar belangrijke punten als wapendepots en mijnenvelden liggen. Zendamateur Henk Touw probeert vanuit het huis contact te leggen met de geallieerden OvervalIn de vroege ochtend van 4 oktober zit Emiel samen met een vriend in de keuken een boterham te eten. Op dat moment komt een Duitse officier binnen. De jongens kunnen niet wegkomen: om het huis staan wel honderd Duitse soldaten. Zendamateur Henk zit in de voorkamer. Hij hoort het gedoe in de keuken, trekt de deur open en schiet de Duitse officier neer. Emiel rent naar buiten en wordt daar meteen neergeschoten. Paul Windhausen, de leider van de verzetsgroep, gaat ook naar buiten. Hij vraagt of moeder Maria en de kinderen een vrije aftocht kunnen krijgen. Verzetsleider Paul Windhausen probeert moeder Maria en de kinderen te redden De Duitsers zijn meedogenloos. Ze schieten Windhausen neer en gaan dan op zoek naar de anderen. Ze gooien handgranaten naar binnen. Een aantal handgranaten gaan de kelder in, waar moeder Maria en de andere kinderen verscholen zitten. De Duitsers plunderen de keuken en zetten het huis uiteindelijk in brand. Enkeling overleeftOp de ochtend van de overval zijn er 25 mensen in en om het huis. Vader en…

Bevrijder Maczek zag Bredanaars als vrienden en de stad dankt hem nog steeds

 De Poolse generaal Stanislaw Maczek vlucht in 1940 naar Engeland. Hij heeft dan al maanden tegen de Russen en vooral de Duitsers gevochten. Eenmaal in Engeland kan hij niet toekijken hoe de Duitsers heersen in Europa. In 1942 richt hij een Poolse pantserdivisie op. Daarmee trekt hij vanuit Engeland naar het oosten om uiteindelijk Polen te bevrijden. Onderweg zorgt de eenheid dat mensen hun vrijheid weer terugkrijgen. De bekendste plek die door Maczek en zijn mannen bevrijd wordt, is Breda. Maar voordat de Polen daar zijn, leveren ze eerst zware strijd in Frankrijk. Bij de slag om Falaise komen tussen de duizend en tweeduizend Polen om. Begin oktober 1944 begint de aanval vanuit België, richting het noorden. Eerst wordt de grens bij Baarle-Nassau overgestoken. Daarna willen de bevrijders verder trekken naar Breda, maar bij Alphen stokt de opmars. Drie weken zit er geen vooruitgang in. Dan trekt Maczek met zijn troepen naar Breda. De pantserdivisie van generaal Maczek De generaal houdt zijn mannen voor dat Nederlanders, en dus ook de Bredanaars, hun vrienden zijn. Maczek wil de bevolking en de stad heel houden. Daarom zet hij geen tanks in. Dan zouden ruiten sneuvelen en gebouwen beschadigd raken, alleen al van het getril van de voertuigen. Maczek laat de infanterie de stad in trekken. Zij bevrijden Breda straat voor straat. Een behoorlijk aantal van zijn militairen sneuvelt tijdens de bevrijding van Breda. Door de beslissing van Maczek zijn er vooral Poolse slachtoffers te betreuren en vallen er weinig doden onder de burgers. Generaal Stanislaw MAczek en burgemeester Slobbe van Breda Maczeks aanpak schept een bijzondere band tussen de Polen en Breda. Nog steeds is Breda en zijn de Bredanaars Maczek en zijn mannen dankbaar. De band tussen de Polen en bevolking wordt versterkt door het feit dat de Poolse militairen na…

'Ik moet iets doen' zei Gerard tegen zijn vrouw en verstopte tientallen Amerikanen in de Kampina

September 1944, café Royal in Boxtel. Kastelein Gerard van der Meijden en zijn vrouw Door runnen het café tegenover het station. Aan de toog van de vriendelijk en gezellig ogende kroeg zitten enkele mannen aan het bier. In een van de achterkamertjes wordt vergaderd. Strakke gezichten. Het gaat over de handel in hout, althans zo lijkt het. In werkelijkheid is de vergadering een dekmantel. De gestrande Amerikaanse militairen en piloten bij de operatie Market Garden worden namelijk heimelijk verstopt in natuurgebied de Kampina. Eerst een paar zweefvliegers, maar al snel zijn het tientallen militairen. De kroegeigenaren zitten in het verzet en zijn nauw betrokken bij de opvang van deze militairen. Bron: Kampina Airborne/Peter van der Linden Zweefvliegtuigen17 september 1944. Veldmaarschalk Montgomery wil met de operatie Market Garden de Duitsers uit Nederland verdrijven en dropt zijn soldaten, onder meer met zweefvliegtuigen, achter de Duitse linies in bezet gebied. Ze moeten de bruggen over de rivieren veroveren voor de aanval vanuit België. Bij Oisterwijk schieten echter twee zweefvliegtuigen te vroeg los. "Gerard schiet de soldaten te hulp en verstopt ze in kuilen in het drassige veengebied van de Kampina. De militairen dekken de kuilen af met tentzeilen", vertelt Peter van der Linden van Kampina Airborne. Hij vertelt voor Brabant Remembers het verhaal van Gerard en Door. Peter van der Linden vertelt het oorlogsverhaal van Gerard en Door van der Meijden Melkbussen"Ik moet iets doen." Het was de eerste keer dat Door haar man de zin hoorde uitspreken. Het zou in die dagen nog vaker langskomen. Door vertrekt op een gegeven moment naar haar ouders in Esch. Boxtel is niet veilig meer en de Duitsers gebruiken het dorp als uitvalsbasis in de strijd tegen de geallieerden. Van der Linden: "Het verzet gaf de mensen in de Kampina te eten. Overdag werd bij boeren…

George (13) moest een afschuwelijke keuze maken die hem zijn hele leven zal achtervolgen

Een duivels dilemma. De pas 13-jarige George Levy moet in 1943 een keuze maken als zijn kinderverzorgster Florence ('Flo') op transport moet naar Duitsland. Met de strenge blik van een SS’er op zich gericht, staat George voor een afschuwelijke keuze, waarmee hij ongewild beslist over het lot van Flo. Het antwoord op de vraag die eigenlijk geen antwoord mag hebben, pijnigt hem de rest van zijn leven. George en Ursula Levy, twee Joodse kinderen uit Duitsland, worden door hun moeder in april 1939 op de trein naar Nederland gezet. Daar zijn ze veilig, hoopt moeder Lucia. Vader Max werd tijdens de Kristallnacht gevangen genomen en overleed begin 1939, kort na zijn vrijlating. George is dan 9 en zijn zusje Ursula 4 jaar oud. In Nederland worden de kinderen opgevangen door Jozef van Mackelenbergh uit Den Bosch. Hij brengt de kinderen onder bij de nonnen van het St. Jacobusklooster in Eersel. Vaak huilenIn 1943 moeten de kinderen vanuit Eersel naar het Kamp Vught, maar Van Mackelenbergh voorkomt dat George en Ursula op het kindertransport gaan. Hij vertelt de Duitsers dat de kinderen een katholieke vader in Amerika hebben. De Duitsers geloven de Bosschenaar. Omdat de kinderen geen ouders hebben, wordt medegevangene Flo als kinderverzorgster aangewezen. "Die periode moet moeilijk zijn geweest voor de kinderen, zonder de beschermende hand van vader of moeder. Kort na de oorlog schreef George zijn belevenissen op in een schriftje. Over deze periode schrijft hij dat hij vaak moest huilen", zegt Jeroen van den Eijnde. Hij vertelt voor Brabant Remembers het verhaal van de kinderen Levy. In juni 1943 krijgt Flo te horen dat ze op transport moet. Ze smeekt een Duitse officier om te mogen blijven omdat ze voor de kinderen moet zorgen. "Ze hebben mij nodig", roept Flo. De officier vraagt aan George of dat…

Elke lente hoopte Mietje Meulendijks dat haar Sjef weer thuiskwam

Eind 1946 krijgt Mietje Meulendijks-Van der Kuijlen een brief van het Rode Kruis. Met trillende vingers scheurt ze de enveloppe open. De boodschap komt hard aan. Haar man Sjef is op 1 september 1944 overleden in Ravensbrück. Mietje weigert echter de realiteit de aanvaarden. Waarzegger/hypnotiseur Winando had immers voorspeld dat haar man Sjef in het voorjaar thuis zou komen uit Duitsland. Dertig lentes lang klampte Mietje zich wanhopig vast aan het sprankje (valse) hoop. “De deur ging in het voorjaar nooit op slot, zodat mijn vader binnen kon komen”, vertelt haar zoon Theo. Maar Sjef kwam niet thuis. Nooit meer. Theo Meulendijks op de plek waar het Sobriëtas-gebouw stond Geld verdienenOm geld voor zijn gezin te verdienen gaat Sjef Meulendijks - wever van beroep - in de oorlog in Duitsland werken. “Volgens Duitse papieren heeft hij daar grondwerkzaamheden gedaan voor bekabeling. De werkomstandigheden zijn slecht en in 1943 volgt er een staking. Mijn vader wordt gezien als stakingsleider en komt in strafkampen terecht. Niemand weet op dat moment of hij nog in leven is,” vertelt Theo.Hij is dan vier jaar en wacht samen met zijn moeder en zus op de terugkeer van Sjef. Ook na de bevrijding. Theo: “We waren arm, mijn moeder had niet genoeg geld om eten voor ons te kopen. Ze ging werken in de kerk en in de garderobe van een danszaal.” De advertentie van het optreden van Winando. Nóg steeds boosTheo doet zijn verhaal op het Sobriëtasplein in Helmond. Zijn moeder leest in de krant dat er in het Sobriëtas-gebouw een optreden is van hypnotiseur/waarzegger Winando. Theo: “Je kon allerlei vragen aan hem stellen. De familie had geld ingezameld, zodat mijn moeder er naar het optreden kon.” Tijdens de voorstelling in oktober 1945 richt Winando zich tot Mietje. Zonder haar te kennen weet hij daar…

Eenzame opsluiting kon Mientje Proost niet breken, maandenlang zweeg ze als het graf

Begin mei 1942 wordt broer Louis van Mientje Proost uit Bergen op Zoom opgepakt voor verzetswerk. Een van zijn vrienden ronselt Mientje voor het koerierswerk. De Bergse bezorgt vervolgens door het hele land pakketjes met vervalste bonkaarten, persoonsbewijzen en microfiches. Als in 1943 de Duitsers na verraad de verzetsgroep oprollen, wordt ook Mientje opgepakt. VerpleegsterEen reeks eenzame opsluitingen, ontberingen en dreigementen volgt, maar krijgt Mientje niet klein ‘Ze is niet gezwicht, heeft nooit gesproken en daar was ze later ontzettend trots op”, vertelt haar dochter Marlies Hooyschuur. “Mijn moeder was 19 jaar en leerling-verpleegster in Leiden. Dat was haar grote droom. In de oorlog brak ze echter haar opleiding af en ging terug naar Bergen op Zoom”, vertelt Marlies Hooyschuur. “Ze bezorgde voor het verzet een jaar lang allerlei pakketjes. Dat deed ze te voet, op de fiets of met de trein. In de pakketjes zaten belangrijke spullen die uiteindelijk in Londen terechtkwamen. Mijn moeder was koerier voor Jan Derks.” Mientje Proost als leerling-verpleegster in Leiden Vreemde vraagOp een dag hoort Mientje dat er Duitsers in het huis van Jan Derks rondliepen. “Op dat moment kan ze nog onderduiken, maar kiest daar niet voor. Ze zorgt eerst dat de vervalste spullen worden veiliggesteld, Daarna gaat ze naar de winkel van haar vader." In de winkel komt plots een onbekende man binnen. "Ik kom het materiaal van Jan Derks ophalen", herhaalt Marlies de woorden van de man destijds. "Mijn moeder antwoordde dat ze dat ‘een heel vreemde vraag' vond. Daarop is ze meegenomen in een auto en opgesloten de gevangenis van Scheveningen. " Zwijgen als het grafHet leven in de Scheveningse cel is mensonterend. Eenzame opsluiting en Mientje krijgt niet of nauwelijks te eten. Marlies: “Als ze zou praten dan zou ze lekker eten krijgen. Ook deden de Duitsers voorkomen dat…

Werner legde de oorlog vast in humoristische tekeningen, maar redde ook 't leven van honderden joden

Net als iedere Duitser moet ook tekenaar Werner Klemke tijdens de Tweede Wereldoorlog in dienst, maar dat gaat niet van harte. Liever laat hij zijn tekenpotlood spreken. In Nederland wordt hij in eerste instantie bij de luchtafweer in 't Gooi geplaatst. Bij een bezoek aan de Amsterdamse boekhandel Erasmus komt hij met iemand uit het verzet in contact. Klemke vervalst daarna samen met zijn kameraad Gerhardt papieren en redt daarmee onder meer het leven van honderden joden. In september 1944 wordt Klemke vanuit 't Gooi met de gevreesde Kamfgruppe Chill naar het Brabantse front gestuurd. De oprukkende geallieerden staan al voor de grens. De opleidingsgroep waar Klemke toe behoort gaat op in de eenheid van generaal Chill. In Brabant Klemke zijn vuurdoop als soldaat. Twee gezichtenDe zogeheten Kampfgruppe Chill wordt overal in Brabant ingezet waar een bijzondere inzet wordt gevraagd. "Werner was iemand met twee gezichten. Naar buiten toe wist hij de schijn hoog te houden dat hij meewerkte aan het systeem, ook later nog bij zijn terugkeer in de DDR. Maar eigenlijk zat hij in het verzet", zegt Annet Betsalel. De regisseuse maakte een film Treffpunt Erasmus over de oorlogsjaren van Werner Klemke. Werner Klemke tekende een dagboek onder de naam Ferdinand Vogel DagboekVanaf het moment dat Klemke aan het front zit, houdt hij een getekend dagboek bij. Hij verzint het personage luitenant Ferdinand Vogel en door diens ogen beschouwt hij zijn belevenissen aan het front. Betsalel: "Het was geen dagboek over verwoeste plekken, doden, gewonden of beschietingen. Klemke probeerde met lichtpuntjes en zijn humor ernstige situaties te overleven." Werner Klemke In september 1944 is de artillerie-eenheid Chill betrokken bij een tegenaanval om de geallieerde troepen bij Veghel in tweeën uiteen te laten vallen. De aanval zal het definitieve einde van de Operatie Market Garden inluiden. Een eenheid schiet…

Riek van Alphen verloor vier zonen toen de Duitsers het stadhuis in Heusden opbliezen

‘Piet, Jan, Joop, Hans en Maria’. Hans van Alphen uit Uden somt zijn doopnamen op. Vier van deze doopnamen herinneren hem nog dagelijks aan zijn overleden broers. ‘Ik heb ze nooit gekend, maar op deze manier leven ze eigenlijk in mijn naam voort’, vertelt Hans die in 1946 is geboren. Hij is vernoemd naar zijn jongste overleden broer. Zijn broers kwamen om toen de Duitsers in de nacht van 4 op 5 november 1944 het stadhuis in Heusden opbliezen. In totaal 134 burgers kwamen om. "Ik praat er vaak over omdat het verhaal niet vergeten mag worden." AfzwaaiersDe tragedie die het gezin Van Alphen treft, begint op 3 september 1944. Moeder Riek, vader Wim (die bij de politie werkt) en hun vier zonen Piet (14), Jan (13), Joop (8) en Hans (5) wonen in de omgeving van vliegveld Welschap in Eindhoven. Rondom het vliegveld wordt fel gevochten en een paar afzwaaiers kwamen in de buurt van huize Van Alphen terecht. Hans van Alphen vertelt zijn familieverhaal. Voor Riek was dat het sein om een veiligere plek te zoeken met haar kinderen. Wim kon vanwege zijn werk bij de politie niet mee. Riek komt via een omzwerving eind september bij haar zus Dora in Heusden terecht. Eindhoven is al bevrijd, maar de gevechten verplaatsen zich richting het tot dan toe rustige stadje Heusden. Alleen bij dreigende situaties moeten Riek en de kinderen naar de schuilkelder in het stadhuis. Hans: “De kelder had volgens mijn moeder zulke dikke muren dat er eigenlijk niets kon gebeuren.” OnverwachtZaterdagmiddag 4 november ligt Heusden opeens in de vuurlinie tussen Duitsers en geallieerden. Zo’n 170 inwoners zoeken daarom hun toevlucht in de schuilkelder van het stadhuis. Ook Riek en haar kinderen, en het gezin van haar zus zoeken een veilige plek. Opeengepakt zitten ze in de kleine…

Een lanceerplaats voor V1's (foto: Raoul Cartens).
bevat-video
Etten-Leur

'Onze Lieve Vrouwke, gift 'm nog een douwke'. Het is een schietgebedje dat in West-Brabant na de bevrijding maar al te vaak werd uitgesproken. Want vanuit het nog steeds bezette Zuid-Holland en Gelderland schoten de Duitsers duizenden vliegende b ...

Zoni Weisz uit Uden verloor zijn familie in Auschwitz. (Foto: Omroep Brabant)
bevat-video
Uden

De 82-jarige Zoni Weisz uit Uden was eind januari een van de sprekers bij het Europees Parlement tijdens de herdenking van de bevrijding van Auschwitz 75 jaar geleden. Weisz wist aan de treinreis naar het vernietigingskamp te ontkomen. Zijn vader ...

Piloten Howard Cannon en Frank Krebs in de cockpit.
bevat-video
Hoeven

Waar nu de spelers van voetbalvereniging Hoeven hun wekelijkse training afwerken, stortte op zondag 17 september 1944 een Dakota C-47 Stoy Hora neer. De bemanning met onder meer de piloten Howard Cannon en Frank Krebs had het vliegtuig al verlate ...

Zoektocht naar het meisje dat Jodenvervolging een gezicht gaf, leidt naar Brabant
bevat-video
Eindhoven

Ze is hét gezicht van de Jodenvervolging in Nederland. Het meisje met de witte hoofddoek die vlak voor het vertrek van de transporttrein nog even naar buiten kijkt. Jarenlang werd gedacht dat ze een Joods meisje was. Aad Wagenaar deed onderzoek ...

Christ Derks met de foto van zijn broers.

Het gezin Derks in Geldrop-Mierlo telt zestien kinderen: acht jongens en acht meisjes. De hele familie is tijdens de oorlog fel tegen de Duitse bezetter, op de jongste dochter Riek (18) na. Zij wordt verliefd op een getrouwde Feldwebel (sergeant) ...

De bemanning van Maurice Bordier bij de Halifax, Maurice is tweede van links.
bevat-video
Asten-Heusden

De vrouw van Maurice Bordier was woedend toen hij besloot om mee te gaan vechten in de Tweede Wereldoorlog. De Franse landbouwkundig ingenieur nam vrijwillig dienst bij de Britse luchtmacht. In februari 1945 stortte zijn Halifax neer in de Peel. ...

Canadese militairen bij Kapelsche Veer, januari 1945
Sprang-Capelle

  Het is een bloedig hoofdstuk en een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Brabant in de Tweede Wereldoorlog. 75 jaar geleden kwam er een einde aan het laatste grote gevecht in Brabant: de Slag om Kapelsche Veer. Het meest zinloze offensief in ...

De broers Tatta en Jopie Hanstein (Foto: familie Hanstein).
bevat-video
Helmond

Ze werden gelokt met brood. En een stukje worst. Want de kampbewakers in Auschwitz wilden geen problemen. De familie Hanstein uit Helmond zou naar een ander kamp gaan, zo werd ze verteld. Maar de vrachtwagen stopte vijftig meter verderop bij de g ...

Twee van de Tilburgse verzetsvrouwen.
bevat-video
Tilburg

Iedere echte Tilburger kent Coba Pulskens, de verzetsvrouw die na haar heldhaftig optreden in de Tweede Wereldoorlog om het leven is gebracht in concentratiekamp Ravensbrück. Door recent onderzoek zijn er bijna zestig Tilburgse vrouwen bij gekom ...